Vlag Ecuador

Ecuador reisverslag met foto’s

Het OneStop-Travel-Team (Els en Robert) maakte een geweldige rondreis door Ecuador en Galápagos met Djoser.
Hier is ons Ecuador reisverslag !
Door Ecuador reizen is echt een aanrader, het is echt een prachtig land! Op 25 juli 2007 begint onze ontdekkingstocht door Ecuador en de Galápagoseilanden.
De vliegreis verloopt vlotjes, maar door een actieve vulkaan, waardoor we moeten omvliegen,
duurt de reis een uurtje langer dan gebruikelijk.

Cultuur & Bevolking

In Ecuador leefden al heel lang indiaanse culturen. Algemeen wordt aangenomen dat dit al ruim vóór het Inca-tijdperk (vanaf de 15e eeuw) het geval was.
De belangrijkste indiaanse stammen die bij ons bekend zijn, zijn de Caras-stam en de Quitus-stam.
Meer info over de cultuur en de geschiedenis van Ecuador op Wikipedia

Stranden, bergen, jungle

Ecuador valt uiteen in vier zones: het kustgebied (Costa), het Andesgebied (Sierra), het Amazonegebied (Oriente) en, 1000 kilometer westwaarts de oceaan op: de Galápagoseilanden.
Onze reis start op grote hoogte, inde hoofdstad Quito, waar ons vliegtuig landt.

 

Van Quito naar Otavalo

In de bus vertelt Pablo, onze chauffeur, ons over zijn land.
We verbazen ons over de prijzen van bepaalde dingen. Een hectare grond in de buurt van Otavalo kost 6000 dollar.
Een auto kost hier 40.000 dollar. Het verschil tussen rijk en arm is groot.
De politie in Ecuador is corrupt. Dronken rijden kost je hier 300 dollar en 16 dagen cel, maar de celstraf is af te kopen.

Cuicocha

We rijden de bergen in en stoppen bij een geitenpaadje. We zijn aangekomen bij het natuurpark Cotacachi.
We wandelen omhoog tot zo’ 4000 meter. De zon is lekker, maar de wind maakt het koud.
Het kratermeer is door implosie uit de sneeuw van de top van de berg ontstaan.
De borreltjes in het meer duiden op vulkanische activiteit en hebben het water 10 graden opgewarmd tot 15 graden.
We varen naar het midden van het meer. Het eiland in het midden bestaat uit losse lavastenen.
Op het eiland leven konijnen, marmotten en wolven.
In het restaurantje drinken we een warme caneloza, een pittig kaneeldrankje.
Via Cotacachi rijden we naar Otavalo. We passeren diverse vulkanen.

Otavalo

Het Indianendorpje Otavalo ligt op 2530 meter hoogte. Het is een gezellig en kleurrijk dorp met pittoreske straatjes
en pleintjes.

Kerstbalkralen

Otavalo’s zijn bijzonder herkenbaar. In ons eigen land staan ze bekend als dragers van fraaie, kleurrijke poncho’s en donkere, glanzende zwarte paardenstaarten. In feite blijken dat karakteristieken die in Ecuador zelf alweer zo goed als verdwenen waren.

De beroemde markt van Otavalo

Muziek uit de Andes

Iedereen kent wel de typische Ecuadoraanse muziek. De Quichuamuziek met de kenmerkende panfluiten uit de Andes.
De Spanjaarden introduceerden de snaarinstrumenten in Ecuador.
In het ‘Casa de la Musica‘ in een klein dorpje krijgen we te zien hoe een panfluit wordt gemaakt.
Ook is er een optreden van de hele familie, van klein tot groot, op gitaar, trommel en panfluit.

 

‘s Avonds bezoeken we een peña. Dit is een bar waar live muziek wordt gespeeld. De liveband begint met traditionele muziek met veel panfluit. We drinken cocktails (margarita, mojito) en de kleine indianenmannetjes met de dikke paardenstaarten willen graag met de dames uit onze groep dansen.

Avenue der Vulkanen

Het Andesgebergte doorsnijdt Ecuador geheel, namelijk van het noorden tot het zuiden. In het gebied tref je veel vulkanen aan.
Een groot aantal vulkanen is nog actief. Daarom wordt het gebied van Otavalo tot Cuenca wel de ‘Avenue der Vulkanen’ genoemd. De indrukwekkende vulkanen Chimborazo (hoogte: 6500 meter) en de Cotopaxi (hoogte: 6000 meter) zijn misschien wel de bekendste vulkanen in Ecuador.

 

De boomgrens ligt in Ecuador veel hoger dan in Europa, namelijk op 4000 meter.
In een kleine drie uur rijden we via de pan-Amerikaanse snelweg naar Quito.
We maken foto’s van de Cayavulkaan en even later van de besneeuwde Cotopaxi.
Pablo laat ons onderweg diverse vruchten proeven die hij langs de kant van de weg plukt.

Quito

Quito is de hoofdstad van Ecuador en ligt twintig kilometer ten zuiden van de evenaar,op de westelijke helling van de Pichincha, een actieve vulkaan in het Andesgebergte.
De stad heeft een gemiddelde hoogte van 2850 meter boven zeeniveau.
Quito is een moderne, grote stad, waar, naast veel cybercafés en exotische restaurantjes,helaas ook een MacDonalds te vinden is. Er zijn opvallend veel bedelaars in Quito.
Met de bus gaan we naar de basiliek die versierd is met dieren van hier, zoals gordeldieren, poema’s, leguanen
en schildpadden.

El Panecillo Virgen de Quito

De gids raadt ons aan veel water te drinken vanwege de hoogte, dan wordt je bloed dikker.
We genieten in het zonnetje van het uitzicht en controleren het aantal vulkanen.

Mountainbiken van de Cotopaxi

Na een stevig ontbijt met pannenkoeken bij ons (inmiddels favoriete) restaurantje Magic Bean vertrekken we naar de vulkaan de Cotopaxi. Het is ruim 2,5 uur rijden/hobbelen in een bakkie.
We rijden het laatste stuk door het natuurpark.
Er zijn op een gegeven moment alleen pijnbomen en later alleen bloemetjes en fluistergras (tipa).
Voor we er zelf erg in hebben, kunnen we niet verder en staan we in de sneeuw achter een vastgelopen bus.
We zitten boven de wolken. De top van de Cotopaxi ligt helaas ook in een wolk.
Op de top vriest het 25 graden, maar ook hier is het extreem koud. We kleden ons warm aan, krijgen van de begeleiding een banaan en een chocoladekoek en stappen op de fiets.
Het fietsen valt vies tegen. Het is tien keer enger dan skiën.
Van het intensieve remmen, krijg je, behalve bevroren, ook nog eens verkrampte vingers.
Soms moet je een stuk omhoog klimmen, wat op deze hoogte heel zwaar is voor je longen, daar staat het voordeel tegenover dat het klimmen weer niet eng is.
Na zo’n 2,5 uur komen we moe, maar trots, met z’n zessen beneden aan.

Van het berggebied naar de jungle

Baden in Papallacta

Onderweg naar Teña, bij het op 4100 meter gelegen Papallacta,
krijgen we een paar uur de tijd om te genieten van de thermale baden.
Het door de vulkaan verwarmde water komt met 50 graden naar beneden.
De baden worden aangelengd met koud water tot 34-38 graden, wat nog best heet is.
In de namiddag komen we aan in Teña, waar we met ons kleine bagagepakket eerst over een brug

Het ziet er erg leuk uit. Er zijn geen ramen, wel gaas en gordijnen. De hele cabaña wiebelt een beetje.
De junglegeluiden zijn overdonderend, vooral de cicaden doen hun best.
Het monotone geluid van de stromende rivier bevordert de nachtrust.

Met de kano de jungle in

Via dierenopvangcentrum Amazoonica, waar we een korte stop maken om o.a kapibara’s
in levende lijve te zien, rijden we het Amazonegebied in.
Het Amazonewoud ligt in het oosten van het land.
Het klimaat is er tropisch: warm en vochtig.

Daar geeft een Shuar-indiaan ons een rondleiding langs verschillende planten (diverse soorten bananen,
yucca, koffie, cacao, achiote) en vertelt hij over de geneeskrachtige kwaliteiten van de planten
die we tijdens de wandeling tegenkomen.

De sjamaan, een man van 70, heet ons welkom.
Hij geneest mensen door stoffen uit een liaan tot zich te nemen, waardoor hij gaat hallucineren.
Uit een kalebas krijgen we zelfgebrouwen bier te proeven. Het smaakt naar azijn.

Een kamer delen met 30 kakkerlakken

Het eten in Ecuador, en zeker ook in de jungle, valt ons honderd procent mee.
Er wordt veel dikke soep gegeten, die gemaakt wordt van aardappel, avocado of banaan.
De warme boomtomaat als toetje bevalt wat minder.
Na de maaltijd gaan we naar het kampvuur.
We krijgen caneloza en Kristof, ons opperhoofd, speelt op de gitaar.
Die avond komen we tot de ontdekking dat wij niet de enige gasten in ons hutje zijn:
zo’n dertig kakkerlakken schieten weg als we de kandelaar aan willen doen.
Die nacht word ik wakker met een kakkerlak op mijn voorhoofd.

Achiote tegen oerwoudgeesten

Achiote, agotti of anatto is een klein boompje. Van de zaden wordt achiotepasta en de kleurstof E160 gemaakt.
De vrucht, waarin de zaadjes zitten, heeft stekels en lijkt nog het meest op een kastanje.
Er waren geneeskrachtige toepassingen en het sap leverde vroeger kleurstof voor textiel.
Bij de Maya’s waren achiotezaadjes één van de belangrijkste offergeschenken aan de goden.
Op een bepaald moment in de geschiedenis van de Maya’s was achiote zelfs een wettelijk betaalmiddel.

We worden met achiote geverfd om de oerwoudgeesten gunstig te stemmen en maken ons op voor een vier uur durende jungletocht. We klauteren van hoog naar laag en omgekeerd en af en toe blijft je laars in de blubber staan en moet je moeite doen los te komen.

Bij de rivier stappen we in banden en gaan we ‘tuben’. We dobberen stroomafwaarts, soms met flinke golven in de stroomversnellingen. Vantevoren zag het er best eng uit, maar het ging heerlijk.
De kano’s volgen ons.

Baños

Raften op de Rio Pastaza

De volgende dag gaan we in een klein busje op weg naar een plaats waar de Rio Pastaza snel stroomt.
Onderweg worden we aangehouden door politie. We mogen niet zonder gids verder, dus moeten we wachten.
We maken een tocht van anderhalf uur over een redelijk snelstromende rivier met stroomversnellingen.
Er komen bakken water over ons heen en soms stuurt onze bootsman met opzet verkeerd om meer spektakel te creëren.
Die avond bestellen wij een cucaracha, een drankje dat je met een vlammetje erop door een rietje drinkt en gaat de groep cavia eten.

Een helse tocht op de Chimborazo

We gaan met de bus naar Riobamba op 3000 meter hoogte.
Onderweg, vlakbij ons hotel in Baños, passeren we een gebied dat helemaal weggevaagd is door de lavastroom van augustus vorig jaar.

Het wordt kouder en kouder.
We stoppen bij een groep lama’s die gehoed worden door een man en een vrouw.
Na ruim twee uur rijden komen we aan in het hotel in Riobamba. Het is hoog en koud.
De eerste verschijnselen van hoogteziekte teisteren ons: hoofdpijn, oorpijn, duizeligheid, rillerigheid.
De kamers zijn enorm in dit hotel. Het hotel heeft leuke haardjes, een mooi restaurant, een wijnkelder
en een enorme binnenplaats. Op de kamers zijn kacheltjes.
We kleden ons om: dikke kleding, muts, handschoenen, want we gaan de Chimborazo beklimmen.
Op een gegeven moment moet de bus door lavagruis verder naar boven. De motor begeeft het bijna.

De Chimborazo is zonder twijfel het meest opvallende landschapskenmerk in de omgeving van Riobamba.
Behalve de eer de hoogste berg van Ecuador te zijn, maakt de top van deze massieve berg aanspraak
op een andere titel: het verst verwijderde punt van het midden van de aardbol.
Door de aardrotatie is de aarde naar de polen toe afgeplat; de diameter op de evenaar is dus groter dan die van pool naar pool. De Chimborazo ligt, op aardschaal bekeken, vlak bij de evenaar en daarom ligt de top verder van het middelpunt dan bijvoorbeeld de top van de Mount Everest.

Het was 200 meter omhoog ploeteren over een lengte van 2 km , maar we doen er, inclusief de terugweg,
bijna drie uur over.

Met de trein naar de duivelsneus


Een rit van zeven uur door kale, droge bergen met bloeiende cactussen zal ons voeren naar El Nariz del Diabolo,
de duivelsneus. De geschiedenis van de spoorlijn gaat terug tot de tijden dat auto’s en vliegtuigen slechts ideeën
waren in de hoofden van fantasten. Tochten van de kust naar het hoogland vonden te voet en met lastdieren plaats.
De trein betekende een gigantische vooruitgang. De reis van Guayaquil naar Quito was vóór het gereedkomen van de spoorlijn een onderneming die wel twee weken duurde.
Door de komst van de trein werd de reistijd teruggebracht tot twee dagen.

Het traject Quito-Guayaquil bleek moeilijk te bedwingen door het grote hoogteverschil dat moest worden overbrugd.
Voor de totstandkoming moesten de ingenieurs het onderste uit de kan halen.
De Nariz del Diablo is een berg met een stijgingspercentage van 5,5. Haarspeldbochten zijn op zo’n steile helling niet mogelijk, dus moest een andere oplossing worden gevonden. Op de Nariz del Diablo rijdt de trein afwisselend
voor- en achteruit. De rails is als een zigzaglijn over de berg getrokken en op de punten bevinden zich wissels.
Is de trein een wissel gepasseerd, dan wordt deze omgezet en rijdt de trein in omgekeerde richting verder.
Na een keer of drie steken is het dal bereikt.
Bij een dorpje (Guamote) stoppen we 20 minuten.

Cuenca of Cajas?

We moeten nu bijna vijf uur in de bus zitten en komen dan om half acht aan in ons hotel El Quichote in Cuenca.
De volgende ochtend moeten we kiezen. Een vrije ochtend in Cuenca en gebouwen bekijken of weer een tocht op hoogte, dit maal in het Parque National de las Cajas. Een vrije ochtend klinkt aantrekkelijk, maar de natuur trekt meer,
ook al zijn nog niet alle hoogteziekteverschijnselen verdwenen.
We maken nog snel een klein rondje door Cuenca om de sfeer te proeven.

De 230 meren van Cajas

In een uur rijden we van Cuenca naar Cajas.
We moeten wachten op de verplichte gids en om elf uur vertrekken we om een bijna vier uur durende tocht op 4000 meter hoogte te maken.


Na een wandeling van vier uur komen we bij de plaats aan waar we weer worden opgepikt door de bus.
Als de bus aankomt, moeten we direct gaan rijden, want je krijgt een half uur de tijd om de weg door het natuurpark te gebruiken.

Klamme warmte aan de kust


We komen in het donker in Guayaquil aan. Het is vochtig warm. De stad is groot, druk en onveilig.
We maken twee tassen klaar: één voor naar Quito en een tas die meegaat naar de Galápagos.
Morgenochtend stappen we op het vliegtuig naar Baltra en begint ons avontuur op de Galápagoseilanden.

Robert & Els

Naar Boven